Tien voor half twaalf, zondagochtend, als redacteur Jelle Reijman De Schaakbuurt in rijdt: hij wilde wel eens een keer ervaren hoe een dienst van The Best Life Church gaat.

Op de stoep voor het gebouw van The best Life Church in de Daelwicklaan is het gezellig druk, er komt een vrouw aanlopen. Volledig in het zwart en op hakken van zeker tien centimeter. Ik loop erheen en door de hekjes arriveer ik op een pleintje naast het ‘Best Life House’, hier is het ook druk. Over een paar minuten zal de dienst plaatsvinden, zoals iedere zondagochtend. Normaalgesproken drie diensten van anderhalf in het Vorstelijk Complex, vandaag vier diensten van een uurtje in het Best Life House.
Iedereen staat gezellig met elkaar te kletsen. Er komt een blank echtpaar aanlopen, er staan twee stellen met elkaar te praten over hun gemeenschappelijke moederland: Suriname. Er zitten wat oudere mannen op stoelen te kletsen en er komt een moeder met twee jonge kinderen: totaal geen sprake van één cultuur bij de aanwezigen. Ik zie en divers publiek en ga het gebouw in.

Terwijl ik binnen sta te wachten voor de dienst die om half twaalf zal beginnen, komt er een jongeman op mij af gelopen. Olaf(27) stelt zich aan mij voor. Of ik hier voor het eerst kom. Ik kom hier inderdaad voor het eerst. Olaf is erg benieuwd naar waarom ik er ben. Ik vertel dat ik graag een dienst wil bijwonen om een artikel over te schrijven. Olaf vindt het bijzonder leuk dat ik dan naar The Best Life Church kom en kijkt nieuwsgierig: lijkt ergens te zoeken naar of ik niet toch kom in een zoektocht naar God. Olaf is zelf twee jaar geleden bij deze gemeente terechtgekomen: “Ik was ongeveer 25 en net klaar met studeren. Ik wilde mij toch wel weer bij een kerk aansluiten, daar had ik behoefte aan. Vroeger kwam ik wel in de kerk, maar in mijn studententijd was ik dat toch een beetje uit het oog verloren, nu miste ik dat wel weer. Ik ging verschillende kerken bezoeken om te kijken waar ik mij thuis voelde en kwam via mijn zus hier terecht, zij ging een keertje kijken met vriendinnen. Sindsdien kom ik hier en ik vind het elke week een fijn moment.”

Hij vraagt mij of ik geloof dat er iets is van een God. Ik ben hier nooit bewust mee bezig geweest en heb nooit echt gedacht dat er iets is. Eerlijk gezegd weet ik gewoon niet of er iets is, maar ik vind dat prima en mis het eigenlijk niet echt, zeg ik hem. Hij vraagt mij of hij wel voor mij mag bidden voor de dienst. Dat vind ik een bijzondere vraag en ik ben nieuwsgierig naar hoe dat gaat. Iets wat voor hem zo bijzonder en waardevol is, dat wil ik niet afslaan, dat wil ik meemaken.

“Heer, heet Jelle van harte welkom in dit huis… ik vraag u hem zich hier goed en op zijn gemak te voelen … ik vraag u of u zich aan hem wil openbaren in deze aanstaande dienst, zodat Jelle weet dat U er bent en dat U voor hem open staat, als hij voor U open staat. Amen.”

Ik bedank hem en weet niet zo goed wat ik moet zeggen, maar dat geeft niet. De deuren gaan open en Olaf wenst mij een fijne dienst. “Ik spreek je straks nog wel even naderhand”, zegt hij nog.

Mensen druppelen de zaal in waar de dienst vandaag plaatsvindt. The Best Life Church is een groeiende kerk en zal in de toekomst naar de Jacobuskerk in Zuilen verhuizen, deze hebben ze gekocht en zal verbouwd worden. In de dienst neemt pastor Paul het woord en hij vertelt dat er in de vorige weken meer dan 50.000 euro is opgehaald met giften van de leden voor de verbouwing. “Het helpt, wij vragen God om hulp. Vervolgens zorgt God ervoor dat jullie genoeg geld hebben om hiervan een deel aan ons af te staan. Dank naar God en naar jullie allemaal.”

De zaal in het Best Life House heeft iets weg van een theaterzaaltje. Er staan rijen stoelen en er is een podium. In het dak hangen trussen met een beamer en theaterverlichting. Op het podium staat een bandje. Drie zangeressen zingen liederen over God, begeleid door twee gitaristen en een jongedame aan de piano. Er worden flyertjes uitgedeeld en iedereen zoekt een plekje. De vrouw die ik eerder over de stoep zag lopen, staat nu met haar armen wijd in de lucht en haar ogen dicht mee te zingen. Meer mensen schommelen zingend mee met de muziek.

Na een tijdje neemt pastor Paul het woord en hij verwelkomt alle aanwezigen. Hij vraagt wie er voor het eerst zijn, verschillende mensen in de zaal steken hun hand op, voor mij zitten vijf jongeren van een stuk in de twintig en zij steken ook allemaal hun hand op. Ik steek de mijne ook maar op, ik ben in feite voor het eerst. Wij worden welkom geheten en dan vraagt pastor Paul een andere voorganger op het podium. Hein Hoeré komt naar voren. Hein is voorganger in Colombia waar hij samen met zijn vrouw Teija op zending is en daar de gemeente: Mision El Abrigo Internacional heeft opgericht.

Hein begint de dienst met een lezing uit de Bijbel over twee koningen en een pijl en boog. Hij verbind dit verhaal aan eigen ervaringen:

“In Colombia organiseerden we op grote schaal tentdiensten met plaats voor wel duizend mensen. Eens kwam er een jongeman binnen. Bij de deuropening begon hij gelijk te huilen en hij gaf voorin de kerk geknield zijn hart aan God, hij stelde zich open en God vulde het hart van de jongen met Zijn liefde.”

Uit de zaal klinken geluiden als ‘wauw’ en ‘wat prachtig’. Ook trof Hein in Tiel ooit een vrouw waarvan het ene been korter was dan het andere. “We baden voor de vrouw en zagen op dat moment haar been aangroeien, haar bot verlengde zich tot ze twee benen van gelijke lengte had. Wanneer wij ons openstellen voor God, zal hij zich aan ons kenbaar maken.” Uit de zaal: “Amen”, “Ja!” en “Precies, wat prachtig!” Na de dienst is er applaus voor pastor Paul, voor Hein en eigenlijk voor iedereen.

Via de zijkant van het gebouw verlaat iedereen de zaal, zodat de mensen die klaarstaan bij de ingang weer naar binnen komen. De diensten worden duidelijk goed bezocht en er is zelfs rekening gehouden met een goede doorstroom van de aanwezigen. Buiten spreekt Olaf mij aan: “En, hoe vond je het?” Ik vertel hem dat ik die verhalen over wonderen wel lastig te geloven vind: “Zulke bijzondere wereldvreemde dingen neem ik pas aan als ik het met eigen ogen gezien heb.” Hij herkent dit en hoe hij reageert is tekenend voor hoe er naar God gekeken wordt in The Best Life Church:

“Ik geloofde zelf ook niet echt dat zulk soort wonderen echt bestaan, totdat ik met mijn vriendin in de auto zat en het zelf meemaakte. Ik stond zelf altijd schreef omdat mijn ene been korter was dan het andere. Ik vroeg mijn vriendin of ze voor mijn been wilde bidden en zo geschiedde. Ik merkte of voelde niks, maar toen ik uit de auto stapte stond ik ineens recht. Ik begon aan mezelf te twijfelen, maar kreeg inderdaad de volgende dag last van spierpijn in mijn rug. Dit bevestigde dat mijn spieren moesten wennen aan het feit dat mijn ene been een stukje langer geworden was. God openbaarde zich aan mij: God bevestigde dat als ik ervoor open sta en om zijn hulp vraag, hij er voor mij is.”

Ik bedank Olaf voor hoe hij mij ontving in de kerk, ik voelde mij zeer welkom. Hij is blij dit te horen en vraagt of ik nog even mee ga wat koffie drinken en napraten met andere mensen, maar ik vind het wel weer mooi geweest. Ik bedank hem nogmaals en vertrek. In de auto onderweg naar huis laat ik de hele dienst op mij indalen. Dit is dus hoe een dienst in The Best Life Church gaat: er worden wonderen besproken, er wordt gebeden en gezongen en mensen laten zich weer op voor een nieuwe week.