“Ssst! Doe eens rustig. Ben je dat nou weer vergeten? Kan je niet even stil zitten? Doe niet zo kinderachtig! Je hecht gewoon geen waarde aan de dingen die ik je vertel. Denk eens na. Begrijp je het nou nog niet? Hallooo, niet dagdromen! Concentreer je even. FOCUS!” Deze dingen hoor ik de afgelopen negentien jaar en nu ik sinds anderhalf jaar op mezelf woon hoor ik het vaker. Ik ben een chaoot. Ik vergeet mensen terug te bellen of te appen of te mailen. Ik ben kinderachtig. Ik kan me niet langer dan een halfuur concentreren. Ik wiebel altijd op mijn stoel. Ik ben vaak te blij. Te impulsief. Te energiek. Te aanwezig. Ik ben vaak TE. Dit ben ik. En er was nooit een verklaring voor.

Elk jaar haalde ik school net met de hakken over de sloot, maar dit afgelopen anderhalf jaar ging het bergafwaarts. Ik haalde school weer niet, ik faalde weer. Ik was al depressief, had een minderwaardigheidscomplex, faalangst en niet te vergeten dyslexie. Afgelopen zomer, na de zoveelste bezoeken aan verschillende psychologen en na de zoveelste labels die ik hiervoor had gekregen, bleek het dat ik ADHD heb. Alle Dagen Heel Druk. Nee. Attention Deficit Hyperactivity Disorder. Fijn, dacht ik, nog een label erbij. Maar dit label verklaarde een heleboel. Ik begreep opeens mijzelf, mijn brein. En met de dag leer ik meer over mijzelf. Terwijl dit eigenlijk een opluchting is, komen er weer andere problemen bij kijken. Weinig mensen weten wat ADHD daadwerkelijk inhoudt. Voorheen wist ik het ook niet, maar ik heb nooit iemand niet serieus genomen. Maar zo voel ik mij soms wel. Mensen zeggen dat het een gehyptediagnose is. Alsof ik er zelf om heb gevraagd.

Ik ben niet zielig omdat ik ADHD heb. Ik ben niet dom. Ik ben niet lui. Mijn brein werkt anders. Anders dan andere. Anders dan iemand zonder ADHD. Ik ben geen rondspringend kind, dat kan ik soms misschien zijn. Ik ben niet iemand die het niet wil, of iemand die het niet kan. Ik doe het op mijn eigen manier, een andere manier. En heb soms misschien meer tijd nodig, soms misschien meer begrip. Ik word moe van het moeten uitleggen. Of niet zozeer daarvan, maar van de niet kloppende vooroordelen. Ik ben niet minder intelligent. Integendeel, ik heb een bovengemiddelde intelligentie. ADHD is geen beperking. Het is een gave en het brengt mooie dingen met zich mee. Maar ik moet het nog leren gebruiken. Ik ben nog opzoek naar de perfecte handleiding, die er helaas nog niet is. En misschien niet gaat zijn. Ik verwacht geen wonderen. Want het heeft tijd nodig. Tijd kan en zal alles veranderen.

Ik kan ook gewoon studeren en gewoon mijn school halen. Het gaat niet geheel vlekkeloos. Ik maak telkens weer dezelfde fouten. En beland elke keer weer in een vicieuze cirkel. Begin weer eens te laat. Stel het weer eens uit. Maar ik kan het wel! Ik moet het gewoon anders doen. Is dat erg? Is anders erg? Anders is niet normaal. Anders is onbekend. En onbekend is eng. Onbegrijpelijk voor de ander. Wat op zich geen probleem hoeft te zijn. Wat het probleem wel is, is onbegrip. En alle vooroordelen eromheen. Ik stel me niet aan. Ik ben niet zielig. Ik ben niet dom. Ik wil het wel. Ik wil het heel graag! Het lukt niet altijd even snel. Heb geduld. Heb me lief. Accepteer mij zoals ik ben, met al mijn gebreken. Gewoon zoals ik ben.