Het is vandaag donderdag 4 mei, het is dodenherdenking. Op diverse locaties in Utrecht worden op verschillende momenten bijeenkomsten georganiseerd. In Zuilen is een heel programma opgesteld. Vanaf de brandweerkazerne aan de Burgemeester Norbruislaan is er om te beginnen een stille toch om half acht. Deze loopt tot het Prins Bernhardplein, daar is om acht uur een herdenkingsplechtigheid bij het monument voor Zuilense gevallenen in de Tweede Wereldoorlog. Er speelt een orkest en er wordt een toespraak gehouden door Kees Diepeveen, wijkwethouder van Utrecht Noordwest en wethouder namens GroenLinks in Utrecht.

De mensen verzamelen iets voor achter bij het monument. Op het monument staan de namen van oorlogsslachtoffers uit Zuilen en een tekst over de oorlog. In het plantsoen waar de herdenking plaatsvindt arriveren gezinnen met jonge kinderen, hoogbejaarde mensen met rollators of scootmobils, alle soorten leeftijden en mensen komen hier samen voor die ene gemene deler: de Tweede Wereldoorlog. De kerkklokken van de kerken aan het Prins Bernhardplein slaan acht uur en iedereen heeft zijn plekje gevonden. De fakkelpilaar van het monument brand en het trompetsignaal klinkt. Na deze traditionele melodie is het moment daar. Twee minuten stilte.

Deze twee minuten, daar houdt bijna iedereen zich aan. Politieagenten en verkeersregelaars houden de straten langs het plein dicht. Er mag niet gefietst worden en auto’s worden ook tegengehouden. Alleen de vogels blijven vliegen en kwetteren, voor de rest is het helemaal stil, bijna. Ergens begint een hond te blaffen. Mensen kijken richting de eigenaren van de hond, maar deze houdt zich alweer gedeisd.

Nu begint ergens anders een kind te huilen. “Ik wil naar huis mama!” Moeder wil niet naar huis en gebiedt het kind zich stil te houden. Dit werkt maar heel even. Snel begint het kind harder te huilen en eigenlijk is het kind inmiddels aan het brullen. Moeder probeert nog te sussen, maar er is geen beginnen meer aan. De moeder sleurt het schreeuwende kind aan zijn hand mee, weg uit de massa, naar huis. De rust was nu toch echt wel even verstoord en mensen kijken wat om zich heen, glimlachen en proberen hun rust te herpakken voor de laatste seconden.

In Nederland is de afgelopen jaren een discussie ontstaan: herdenken we in de twee minuten stilte alleen de slachtoffers van de Tweede wereldoorlog, versus, we herdenken ook slachtoffers van andere oorlogen. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei deed onderzoek naar de beleving van de herdenking, hieruit blijkt dat 30% van de ondervraagden aan alléén aan de Tweede Wereldoorlog denkt, de rest staat ook stil bij andere slachtoffers.

De twee minuten stilte zijn voorbij en het Wilhelmus wordt ingezet. Iedereen luistert of zingt zachtjes mee, sommigen pinken voorzichtig een traantje weg. Kees Diepeveen neemt het woord. “Dames en heren, we staan hier bij het verzetsmonument van Zuilen. Hierop staan de namen van mensen die omkwamen bij de oorlog. We kennen de verhalen: Van onze grootouders of ouders, verhalen van lang geleden. Of moeten we erkennen dat het, hoe ernstig en afschuwelijk ook, verhalen zijn van alle tijden? En dus ook van nu. De soms zo verontrustende actualiteit van de geschiedenis. En dat brengt ons bij de echte reden, waarom we blijven herdenken, van generatie op generatie, ook nu het aantal mensen dat er nog zelf herinnering aan heeft is geslonken. Maar kijk eens om u heen, met hoeveel wij hier vandaag zijn. We blijven de doden herdenken. En het is meer dan herdenken alleen. Het gaat ook om de vraag: Hoe kon het zover komen? Het gaat om de vraag: Wat zou ik, wat zouden wij zelf doen? Het gaat om de vraag: Hoe voorkomen we dat het ooit weer gebeurd?” Na nog meer van deze woorden eindigt de toespraak en begint iedereen wat te bewegen. Sommige mnsen gaan het Zimihc theater in, daar zal nog een herdenkingsconcert plaatsvinden.

Andere mensen blijven nog wat rondhangen in het plantsoen en spreken met elkaar over de herdenking. Beatrijs (80): “Ik denk met dodenherdenking aan veel dingen. Niet alleen aan de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Ook denk ik aan hoe die tijd voor mij was, als jong meisje. Mijn ouders hadden een pension en hier hadden ze mensen in huis die valse papieren hadden, zo wisten mijn ouders. Na de oorlog bleek inderdaad dat dit Joden waren, die bij ons verbleven. De vrouw zag er niet zo Joods uit en kwam ook vaak helpen bij ons in huis, maar mijn moeder werd helemaal zenuwachtig als die man beneden kwam. Hij zag er heel erg Joods uit, ik denk dat ze bang was dat mensen hem zouden zien en ons zouden verdenken van het hebben van onderduikers. Mijn ouders gingen in de oorlog wel eens stiekem houd hakken in het bos, voor de kachel. Dit was eigenlijk verboden. Een keer heb ik gezien dat mijn ouders, toen ze terugkwamen uit het bos, mee werden genomen naar het bureau door de Duitsers. Gelukkig kwamen ze weer terug, maar ik weet nog dat ik dat toen heel eng vond.”

Nienke (19). “Ik denk niet alleen aan oorlogsslachtoffers. Ik sta ook stil bij de dingen die nu gebeuren. De slachtoffers van de aanslagen overal ter wereld, de vluchtelingen. Overal blijven er mensen die in meerdere of mindere mate meemaken wat er in de Tweede Wereldoorlog gebeurde. Denk aan mensen met een andere geaardheid die nu in andere landen worden omgebracht, alleen daarom. Er zijn altijd mensen die lijden, die herdacht moeten worden.”

Het plantsoen loopt inmiddels aardig leeg en er staat nog een groepje agenten te kletsen op de hoek. “Dit is een prima avond om te werken. Het is mooi om hierbij te zijn, en het zijn de meer rustige avonden. Morgen, op bevrijdingsdag, ben ik lekker vrij gelukkig, daarom is het prima om vanavond even hier te staan.” Gezinnen lopen over straat naar huis, het orkest ruimt zijn spullen op, het vuur is gedoofd. Mensen praten nog een beetje na over de herdenking, maar gaan ook weer over tot de orde van de dag: de kinderen moeten naar bed. De Dodenherdenking van 2017 in Zuilen zit erop.