Het initiatievenfonds is een potje geld die gemeente Utrecht heeft vrijgemaakt voor burgerinitiatieven op wijkniveau. Burgers kunnen initiatieven indienen en daarmee realiseren wat zij belangrijk vinden: van sinterklaasintocht tot buurt schoonmaak. Paul van der Heijden behandelt de initiatieven die binnen komen bij het wijkbureau van Utrecht Noord-West. Hij spreekt met verslaggeefster Lara Lessing over het initiatievenfonds: wat is dit en wat is de rol van het wijkbureau?

 

“De wijken proberen samen de schakel te zijn tussen het grote stadskantoor waar alle ambtenaren bij elkaar zitten en de wijk zelf. Je hebt al snel de neiging om naar binnen te kijken als je op zo’n groot kantoor zit, terwijl het nou net de bedoeling is dat je op straat bezig bent en haarvaten hebt in de wijk. Dat hopen wij te kunnen realiseren binnen deze wijk: wij hopen de plaatselijke organisaties en individuen goed te kennen. Wij zijn er ook zodat de bewoner bij ons langs kan komen om even te vragen hoe het zit als je een straatfeest wilt geven of uitleg nodig hebt voor de computer” aldus, van der Heijden.

Het initiatievenfonds 

Initiatieven zend je in naar de gemeente, maar deze komen bij de wijkbureau’s terecht. Het wijkbureau is onderdeel van gemeente Utrecht en wordt wel als de lokale vestiging gezien. De medewerkers van het wijkbureau kennen meestal wel de ‘clubjes’ mensen die de aanvragen doen, maar er kunnen ook nieuwe personen komen waarbij het handig is dat dit lokaal wordt behandeld zodat er makkelijker contact is. Het initiatievenfonds is twee jaar geleden ingevoerd. Voorheen waren er twee verschillende potjes, namelijk een gemeentelijk potje en daarnaast was er op wijkniveau een leefbaarheidsbudget. Deze zijn samengevoegd tot het initiatievenfonds.
Het soort initiatieven dat binnenkomt verschilt per aanvraag. Je kunt denken aan een straatfeest, aan een groene-opruimactie, aan de bouw van een nieuwe speeltuin of een sinterklaasintocht. Er is een maximaal budget van 20.000 euro dat naar een initiatief kan gaan, maar het blijkt dat het vaker om kleinere bedragen gaat die nodig zijn. De initiatieven worden dus door de wijkbureau’s behandeld en er wordt door medewerkers gekeken naar de motivatie voor het initiatief. Een initiatief kan maximaal drie jaar doorlopen en is bedoeld als hulpmiddel, waarna de mensen andere financiële middelen hebben gevonden of het initiatief afgerond is.

 Afwijzing of toewijzing

In 2016 zijn er 155 aanvragen gedaan bij het wijkbureau, waarvan er 25 zijn afgewezen. Een aantal van deze initiatieven kreeg grote bedragen. De afgewezen initiatieven vielen niet binnen gemeentelijke regels of hadden een andere subsidieregeling nodig. De regels die zijn opgesteld zijn bewust zo ruim mogelijk gebleven, zodat er altijd overleg mogelijk is. Op die manier wordt er heel veel maatwerk geleverd. In 2017 zij er al 75 initiatieven binnen gekomen.

Belang van initiatieven

Burgers hebben inspraak in de wijk doormiddel van het initiatievenfonds. Het ‘grote vage potje belastinggeld’ dat de gemeente altijd uitgaf aan dingen waarvan de burger wist waar het aan werd uitgegeven, moest door de partij Leefbaar Utrecht voor een gedeelte worden vrijgesteld voor initiatieven vanuit de wijk zelf. Op deze manier kunnen burgers participeren en met initiatieven komen die zij belangrijk vinden. Burgers moeten kunnen meebeslissen over waar de gemeente hun geld aan uitgeeft en dat is ook het belang van het initiatievenfonds. De aanvragen kunnen dus enorm variëren, maar kunnen wel een verschil maken in de buurt. Bewoners worden erbij betrokken en de buurt wordt levendiger, groener gemaakt en mensen voelen zich meer verbonden met elkaar en de wijk.

Van der Heijden: “Het belang van de initiatieven is heel afhankelijk van het initiatief. Wat is het belang van een straatfeest? Er zijn mensen die zeggen: wat belachelijk dat je straatfeesten organiseert op kosten van de gemeente. Maar je kan het ook andersom bekijken: het is een hele goedkope investering. Je geeft een paar honderd euro aan mensen om iets te organiseren samen met hun buren. Als mensen hun buren goed kennen kan dat veel oplossen. Wij kunnen niet zeggen dat er minder burenruzies zijn door dit soort initiatieven, maar als de sfeer goed is in een buurt kan dat al veel problemen wegnemen. De politieke keuzes, of een straatfeest niet te ver gaat voor het initiatievenfonds, die worden in de gemeenteraad gemaakt”.

Verandering door initiatieven in de wijk

Van der Heijden vertelt: “Er zijn geen grootschalige initiatieven geweest die een groot probleem aan hebben gepakt in de wijk.  Als het probleem bijvoorbeeld hangjongeren zou zijn, kan ik me voorstellen dat je iets organiseert  voor jongeren. In de aanvraag staat dan: ‘Dit is onder andere om jongeren van de straat te houden of om te zorgen dat ze op een zinnige manier minder overlast veroorzaken voor omwonenden. Als er een verbinding is, wordt er natuurlijk altijd wel aan iets gewerkt, maar het is geen oplossing van een probleem. Jongerenbeleid is weer het grotere geheel. Het kleine initiatief komt in aanmerking voor het initiatievenfonds”.

Lobbyen

Van der Heijden: “Als er een nieuwe club mensen een aanvraag komt doen die wij nog niet kennen, dan vragen we altijd bij mensen in de wijk na of het klopt wat ze zeggen en hoe ze zijn. Dat noemen we informatie inwinnen om te weten met wie we te maken hebben en het ook wel bij het initiatief komt uiteindelijk. Er komt niet iemand die bepaalde belangen heeft en daarmee gaat lobbyen bij ons als ambtenaren. Er is wel een organisatie die me’kaar heet, daar werken sociaal makelaars, die officieel door de gemeente zijn aangesteld om mensen met een initiatief te helpen met het invullen van een aanvraag en plan. De mensen kunnen ook naar ons als wijkbureau komen, maar liever nog naar me’kaar. Dit zou je wel een soort lobbyen kunnen noemen, want als zo’n sociaal makelaar het een goed initiatief vindt zal die ons daar wel even voor aanspreken. Maar daarbij gaat niks op een sneaky of ontransparante manier.”