Radicalisering. Een veel besproken onderwerp in alle hoeken van de wereld. Het pedagogisch project De Vreedzame Wijk brengt een programma wat kinderen leert zich goed te gedragen in een democratische samenleving. De preventie van radicalisering van moslimjongeren speelt hier ook een rol. Verslaggever Matthijs Vergeer sprak met Petra Jongerius, de coördinator van De Vreedzame Wijk in Overvecht.

Bent u vóór uw carrière in De Vreedzame Wijk al eens in contact gekomen met radicalisering?

Nee, dit onderwerp is echt iets van de laatste tien jaar. Je hebt wel altijd al gehad dat jongeren grenzen opzoeken. Voetbalhooligans, rechts extremistische jongeren, dat zijn allemaal ‘’radicale’’ bewegingen. De hele nadruk op radicaliserende moslimjongeren is van de laatste tijd.  Iedereen stort zich nu op dat onderwerp, daar zijn allemaal subsidies voor en manieren van aanpak en dat is ook nodig. Maar waar wij in Overvecht mee bezig zijn is veel meer dat preventieve stuk. Het is belangrijk dat je kinderen al vroeg leert om voor de eigen mening uit te komen. Je staat altijd in relatie tot een groep. Jouw recht, dat is ook het recht wat een ander heeft. Hoe ga je om met verschillen?

Kunnen jullie meten of het programma goed werkt?

Op school heb je bepaalde systemen, een soort veiligheidsthermometers. Hoeveel conflicten komen er nou voor? Wanneer zijn er gevoelens van onveiligheid? Dan zie je door de jaren heen of er een positieve beweging in zit.

Hoe passen jullie het programma toe in de wijk?

Op gegeven moment zijn we gaan kijken: hoe kunnen we dit programma ook in de wijk een plek geven? Welke professionals werken nog meer met de kinderen? Op school gaat het vaak nog redelijk goed, maar dan komen ze op straat en vertonen ze totaal ander gedrag. Dan heerst de straatcultuur. We proberen te kijken of we die professionals kunnen trainen om net zo om te gaan met de kinderen als wij dat doen. Dat je een zelfde taal spreekt. Net zoals je binnen een gezin hebt: als de vader en de moeder iets anders zeggen, dan gaan kinderen de grenzen opzoeken.

Jullie willen eigenlijk de wijkcultuur hetzelfde maken als de schoolcultuur?

Nou, dat gaat natuurlijk nooit helemaal lukken. We willen meer gelijkheid in het pedagogisch klimaat. Dat het niet zo is dat je op straat iemand op z’n bek mag slaan terwijl je je op school heel braaf gedraagt.

U heeft vast gehoord van de Al fitrha moskee, hoe kijken jullie daar tegen aan?

De moskee is de laatste tijd nogal negatief in het nieuws. Het is best moeilijk om met hen in contact te komen. Dus daar zijn inderdaad zorgen over. Wat gebeurt daar precies? Wat krijgen die kinderen te horen? Is dat niet een boodschap die indruist tegen wat je in een democratie wil? Ze zeggen dat ze openstaan voor gesprek, maar uiteindelijk zijn ze heel moeilijk toegankelijk. Het is moeilijk om hen bij zo’n aanpak te betrekken.

Passen jullie het programma aan op radicalisering?

We zijn daar wel mee bezig. In het programma zit een blok en dat heet: iedereen is anders. Dat gaat er dus over dat er verschillen zijn, maar dat je op een of andere manier wel weer samenkomt. Dat blok wordt nu vernieuwd en dan richten we ons meer op: als de verschillen heel groot worden. Wat nu een beetje bij ons in de samenleving aan de hand is. Wij versus Zij. Wel moslim – Niet Moslim. Dat word steeds sterker lijkt het. We proberen dat met rolmodellen op te lossen. Bijvoorbeeld homoseksualiteit, dat is een taboe binnen de moslim gemeenschap. Dan laat je bijvoorbeeld een lesbisch moslimmeisje voor de klas komen om met de kinderen te praten. Dan kijken we heel erg van:  wat zeg je nou eigenlijk?  En waar oordeel je op? Heel erg het gesprek voeren.