Tim Schipper (55) is sinds 2006 fractievoorzitter voor de SP in de Gemeente Utrecht, schreef mee aan het verkiezingsprogramma 2017-2021 van de SP voor de landelijke verkiezingen en vertelt in dit interview over de AOW, de bijstand, statushouders en de sociale woningbouw in Utrecht.

Hoe ben je bij de SP betrokken geraakt en fractievoorzitter geworden?

“Sinds de jaren ’70 ben ik al sympathisant van de partij. Mijn ouders stemden allebei SP en mijn vader was als vrijwilliger betrokken bij de partij. In 1977 had ik een krantenwijk voor het Utrechts Nieuwsblad en op een gegeven moment moesten we bij het depot altijd een uur wachten op de krant omdat die later kwam, maar we moesten er er zijn op het vaste tijdstip. Dat uur werd niet betaald. De SP heeft toen samen met ons actie gevoerd en vervolgens kregen we dat uur wél betaald. Uiteindelijk ben ik in 1998 ook daadwerkelijk lid geworden.”

“Mijn zoon mocht vorig jaar voor het eerst stemmen tijdens de statenverkiezingen, na lang beraad kwam hij ook bij de SP uit en is hij lid geworden. Ik weet nog niet hoe lang hij dat blijft, maar we doen ons best!”

“In 2005 ben ik bij toeval in het stadhuis beland. Ik was weg bij mijn vorige baan omdat ik eigenlijk iets heel anders wilde gaan doen, maar dat schoot niet op. Toen kwam er een vacature voor fractiemedewerker en daar ben ik toen op aangenomen. Eigenlijk vrij kort daarna kwam de vraag of ik ook in de gemeenteraad wilde. Daar heb ik ja op gezegd en in 2006 ben ik tijdens de gemeenteraadsverkiezingen verkozen. In november van dat jaar ging de SP  landelijk van 9 naar 25 zetels. Mijn toenmalige fractievoorzitter stond op een ogenschijnlijk onverkiesbare plaats, maar hij werd toch gekozen. Iemand anders moest dat ‘corvee’ toen gaan doen en die taken heb ik op mij genomen en ben fractievoorzitter geworden.”

In Utrecht zit de SP in een coalitie met de VVD. Waarom werkt dit hier wel, maar landelijk niet?

“Lokaal gaat een coalitie met de VVD prima. We gaan in de gemeente niet over inkomenspolitiek, marktwerking in de zorg en andere onderwerpen waarin de SP en de VVD haaks tegenover op staan. Hele praktische zaken gaan hier juist heel goed, van alle coalitiepartners kan je met de VVD eigenlijk het beste zaken doen: ‘een man een man, en een woord, een woord’ staat bij de VVD hoog in het vaandel.”

Ben je zelf, net zoals de vorige fractievoorzitter, ook bereid om je verkiesbaar te stellen voor de Tweede Kamer?

“Nee, ik vind de lokale politiek veel te leuk. Ik ben daar niet voor gevraagd en bied mezelf ook niet aan, dat wil ik graag zo houden. Bij de SP is het adagium: geen fractie zonder actie. Een koppeling met de lokale afdeling van de partij is elementair. Wil je aan de verkiezingen meedoen, dan moet je goed weten wat er speelt. Uiteindelijk maken wij in het stadhuis bespreekbaar wat we op straat horen. Wel ben ik dit jaar betrokken geweest bij het schrijven van het landelijke verkiezingsprogramma van de SP.”

In het verkiezingsprogramma schreef de SP dat iedereen vanaf 65 recht moet hebben op AOW. Waarom iedereen?

“Dat is een interessante vraag. In het conceptverkiezingsprogramma schreven we dat dit zou gelden voor bepaalde beroepsgroepen, maar het congres van de leden heeft dit uiteindelijk veranderd naar een AOW waarbij iedereen vanaf zijn 65e het recht heeft om te stoppen met werken. Als mensen zelf langer door willen werken, is dat natuurlijk helemaal prima.”

“Mijn zoon zat op het St. Bonifatiuscollege hier in Utrecht en had een docent Economie, deze man leefde voor zijn vak en heeft lesgegeven tot ver in de zeventig.  Prachtig!”

“Feit blijft wel dat mensen die boven de zestig hun baan kwijtraken nauwelijks meer aan de bak komen. Het is nu al zo dat het aantal bijstandstrekkers in Utrecht toeneemt, anders zouden de mensen die langer door moeten werken dan 65 en geen werk vinden hier nog bij komen. Wij stellen voor dat die mensen in plaats van de bijstand gewoon AOW krijgen vanaf hun 65e.”

Het SP-verkiezingsprogramma schreef ook dat de bijstand met 10% omhoog moet. Zou het aantal bijstandstrekkers daardoor afnemen?

“De bijstandsgerechtigden is wel echt iets waar we mee bezig zijn. SP is heel erg voor het opsporen van bijstandsfraude. In feite is dat maar een heel klein deel, maar doordat mensen hierover horen verdwijnt het draagvlak bij de bevolking. Door stereotypering en framing hoor je mensen soms zeggen; ‘ze moeten die grote tv-schermen en die auto’s wegdoen’, maar zo werkt het niet. Dat zegt men alleen maar zodat de bijstand nog een beetje meer afgeknepen kan worden, daar zijn wij totaal niet van.”

“Doordat de lonen aan de onderkant van de arbeidsmarkt laag zijn, is de drempel om vanuit de bijstand te solliciteren voor sommigen vrij laag. Als SP willen we daarom juist dat de lonen aan de onderkant van de arbeidsmarkt omhooggaan, nog meer dan een stijging van 10% van de bijstand. Zo wordt het aantrekkelijker om actief te solliciteren. Wanneer deze lonen hoger zijn, jaagt dat de boel weer aan.”

“Een van de redenen dat het aantal bijstandsgerechtigden in Utrecht toeneemt, is het grote aantal statushouders dat Utrecht erbij heeft gekregen. Deze mensen hebben niet gelijk een baan, maar de truc is wel om die mensen zo snel mogelijk aan het werk te krijgen. We zeggen: de mensen die we hier krijgen, laten we die ook hier houden. Laat ze meteen in de eigen omgeving actief worden. Plan Einstein bijvoorbeeld: hier wonen studenten samen met vluchtelingen. Ze werken samen aan een prettige leefomgeving voor iedereen. Daar kunnen de statushouders samen met studenten dingen doen om de wijk een beetje mooier te maken en Nederland te leren kennen. Ik vind dat een heel mooi project en ben heel benieuwd hoe dat op de lange termijn uitpakt, dat vind ik heel interessant. Het is ook heel belangrijk dat ze snel Nederlands leren om te kunnen gaan solliciteren. De hele raad, ook de oppositie, is hier voorstander van.”

Statushouders en bijstandsgerechtigden hebben vaak recht op sociale huurwoningen. Voldoet de gemeente Utrecht aan de hoge vraag hiernaar?

“Ik heb de plannen voor de woningbouw voor de komende drie jaar doorgenomen. In geen enkele wijk komt het percentage sociale huurwoningen boven de 30 procent. Dat is niet genoeg. De wethouder Wonen is hard bezig de huisvesting in orde te krijgen, er is namelijk een tekort. Sinds 1946 tot 2014 leverde de PvdA alle wethouders voor Wonen. Sindsdien zijn er zo’n 7.000 sociale huurwoningen plat gegaan, verkocht of geliberaliseerd. Dat was niet zo’n goed idee. Er is nu een inhaalslag te maken want de behoefte aan sociale woningen blijft namelijk groeien. Naast de corporaties zoeken we bij particuliere projectontwikkelaars naar de bereidheid om een deel van hun projecten uit sociale huurwoningen te laten bestaan. Dat is altijd een lastig verhaal, want deze ontwikkelaars zijn gericht op maximale winst. Via wettelijke maatregelen kunnen we dat wel afdwingen: je mag wel bouwen, maar wel met een verplicht percentage sociale huurwoningen.”